Met kinderen kikkerdril vangen en kikkers kweken!

Ik het voorjaar zie je het in heel veel slootjes en vijvers: kikkerdril. Het is een beetje slijmerig en er zitten zwarte puntjes in. Het zijn eitjes van de vrouwtjes kikker. Deze zwarte puntjes groeien uit tot kikkervisjes. Die zien er uit als visjes met een lange staart. Met hun kieuwen halen ze adem, net als vissen. Na ongeveer 6 weken krijgen ze achterpootjes en daarna komen de voorpootjes. Langzaam verdwijnt hun staart helemaal . De kikkervisjes zijn kikkers geworden! Nu kunnen ze het water verlaten en gaan springen op het land.

Beschermde dieren

Wist je dat kikkers beschermde dieren zijn? Je mag ze dus niet vangen en mee naar huis nemen. Je mag wel kikkerdril vangen en de eitjes thuis laten uitkomen. Je kan dan heel mooi de ontwikkeling zien van kikkerdril via kikkervisje naar kikker. Daarna breng je ze natuurlijk weer terug naar de sloot waar de eitjes vandaan kwamen. Vanaf begin april kan je de kikkerdril van de bruine kikker vinden.

Van kikkerdril tot kikker

Voor kinderen is kikkers kweken vaak super interessant. Ze zien de hele metamorfose, en dat gaat best snel. Bijna dagelijks zie je wel iets veranderen aan de kikkervisjes. En het geeft kinderen ook verantwoordelijkheidsgevoel. Want ze moeten natuurlijk wel goed voor de kikkers zorgen.

Wil je zelf kikkers vangen en ze laten groeien? Zo pak je het aan:

  • Doe in een grote emmer, aquarium of andere hoge bak wat zand en steentjes. Giet de bak daarna vol met slootwater en een paar waterplantjes uit de sloot.
  • Ga eropuit om wat kikkerdril of kikkervisjes te zoeken in een poel of sloot. Dat kan van eind maart t/m juni. Je kan de kikkerdril vinden in het ondiepe gedeelte aan de waterkant, tussen de plantjes.
  • Leg een klein klompje kikkerdril in het aquarium of de bak.
  • Zet de bak op een lichte plek, maar niet in de volle zon, dat vinden de kikkervisjes niet fijn.
  • Wanneer de kikkervisjes een dag of drie uit het ei zijn moet je beginnen met voeren.
  • De kikkervisjes eten vooral algen, die zitten in het (verse) slootwater. Vervang het water daarom regelmatig voor nieuw slootwater uit de zelfde sloot. Als voer kun je ook mini stukjes je sla, andijvie of paardenbloem gebruiken. Maar let op niet te veel!
  • Maak de bak regelmatig schoon en vul het water aan met nieuw slootwater.
  • Wanneer de kikkertjes pootjes krijgen, krijgen ze ook langzaam longen. Zorg er dan voor dat ze op een steen of stukje hout kunnen rusten, anders verdrinken ze.
  • Zodra ze voorpootjes hebben (meestal na een week of zeven) is het tijd om ze weer vrij te laten. Doe dat op de plek waar je had gevangen. Zet ze bij de rand van het water en zwaai ze nog even uit. Volgend jaar leggen ze hun eitjes op dezelfde plek en kun je weer kikkerdril halen.

    Nogmaals, echt heel belangrijk: Kikkers zijn beschermde dieren. Het is toegestaan om ze te bekijken om ervan te leren. Maar je moet ze dus echt terugzetten in natuur!